De Staatssecretaris van Financiën heeft het Kaderbesluit BPM (V-N 2015/65.22) gewijzigd. Vervallen is de voorwaarde die geldt voor de praktische werkwijze bij vermindering voor gebruikte motorrijtuigen.

De praktische werkwijze houdt in dat de extra afschrijving tussen het moment van aangifte/melding en het moment van tenaamstelling, aan de hand van de forfaitaire tabel kan worden berekend. De voorwaarde was dat de staat van het motorrijtuig tussen het moment van aangifte/melding en tenaamstelling niet is gewijzigd. Het schrappen van deze voorwaarde, die was opgenomen in onderdeel 6.2, is congruent met het nieuwe onderdeel 6.6 dat goedkeurt dat wordt aangesloten bij de heffingsgrondslagen op het tijdstip van de voldoening van de BPM.

De toevoegingen van de onderdelen 6.5 en 6.6 van het Kaderbesluit BPM zijn opgenomen naar aanleiding van HR 26 maart 2021, 20/00706 (V-N 2021/15.15). Art. 8 lid 3 Uitv. Reg. BPM bepaalt dat als aangifte wordt gedaan voor een motorrijtuig met essentiële gebreken, de vermindering niet wordt vastgesteld dan nadat deze essentiële gebreken zijn hersteld. In onderdeel 6.5 wordt goedgekeurd dat een belanghebbende in deze situatie bij het doen van aangifte BPM de vermindering mag vaststellen op basis van de wettelijke tabel dan wel de koerslijst. Wordt de vermindering vastgesteld op basis van een taxatierapport dan kan de inspecteur naheffen op basis van de wettelijke tabel, waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld zelf een koerslijst te overleggen.

Het besluit treedt in werking op 16 oktober 2021 en werkt wat betreft de onderdelen 6.5 en 6.6 terug tot en met 26 maart 2021.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 18 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

  252
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen