Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat uit de feiten volgt dat X BTW-belaste bemiddelingsdiensten verricht voor zelfstandige kraamverzorgers. Daarom kan X de medische BTW-vrijstelling niet toepassen.

X is een eenmanszaak en heeft een toelating als bedoeld in art. 5 van de Wet Toelating Zorginstellingen (Wtzi) voor het verlenen van kraamzorg. X sluit met verschillende kraamzorgverleners een ‘overeenkomst tussen de bemiddelingsorganisatie en de zelfstandig zorgverlener’, waarbij X de bemiddelingsorganisatie is. X stelt voor de zelfstandige kraamzorgverleners en hun klanten een ‘Model Zorgovereenkomst’ op. Met zorgverzekeraars sluit X een ‘Overeenkomst kraamzorg 2013’ waarbij X is aangeduid als zorgaanbieder en zich verplicht om de totale kraamzorg te leveren ten behoeve van verzekerden.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat uit de feiten volgt dat X bemiddelingsdiensten verricht voor de zelfstandige kraamverzorgers. Daarom kan X de medische BTW-vrijstelling niet toepassen. In het Besluit vrijstelling voor AWBZ- en Wmo-geïndiceerde zorg 2013 (V-N 2013/7.18) en het daarvoor geldende Besluit van 21 maart 2007 (V-N 2007/17.24), geeft de staatssecretaris expliciet aan dat de medische BTW-vrijstelling niet geldt voor bemiddelingsdiensten. X maakt zelf geen afspraken met degenen aan wie de kraamzorg wordt verleend. Het feit dat X op grond van de ‘Overeenkomst kraamzorg 2013’ bepaalde verantwoordelijkheden heeft en dat X een toelating heeft als bedoeld in art. 5 van de Wtzi voor het verlenen van kraamzorg, betekent niet dat X daardoor BTW-vrijgestelde kraamzorg verleent.

Lees ook het thema Medische vrijstelling: vrijgesteld van btw of toch belast?

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 11

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 7 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

  471
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen