Met enige regelmaat gaan belastingplichtigen tegen de in rekening gebrachte revisierente in beroep, doorgaans zonder succes. Zo ook in de zaak bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechter oordeelde dat de inspecteur de afkoopsom van een lijfrente terecht en tot het juiste bedrag heeft belast. Daarbij heeft de inspecteur ook tot het juiste bedrag revisierente in rekening gebracht.
Deze zaak (18 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5366) verloopt als volgt. Een man sluit in 1999 een spaarkasovereenkomst. Voor de inkomstenbelastingwetgeving kwalificeert deze overeenkomst als een lijfrente.
De man laat de verzekering in 2023 afkopen. De met inkomstenbelasting belaste
afkoopsom bedraagt, na bezwaar van de man, uiteindelijk bruto € 17.565. De
inspecteur van de Belastingdienst heeft daarbij € 3.536 (= 20%) revisierente in
rekening gebracht.
De man vindt dat hij naar verhouding te veel belasting moet betalen over de
afkoopsom. De spaarkasovereenkomst zou volgens hem een woekerpolis zijn die veel minder heeft opgeleverd dan hem bij het sluiten van de overeenkomst is voorgespiegeld. Bovendien zou hij geen andere keuze hebben gehad dan afkoop. Mede tegen die achtergrond vindt hij de verschuldigde belasting en revisierente disproportioneel en niet redelijk of billijk.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt echter dat de inspecteur de afkoopsom op de juiste wijze in de belastingheffing heeft betrokken. Met de stellingen van de man kan de rechtbank niets. De rechtbank dient recht te spreken volgens de wet en het staat haar niet vrij om formele wetgeving te toetsen op haar innerlijke waarde of billijkheid (art. 11 Wet algemene bepalingen). Ook kan de rechtbank de bepalingen die zien op de afkoop van een lijfrente niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772). Het beroep van de man is ongegrond.
Belang voor de praktijk
Bij afkoop van een lijfrenteaanspraak is in principe 20% revisierente verschuldigd. Er is een mogelijkheid om minder revisierente te betalen, namelijk als afkoop binnen tien jaar na totstandkoming van de lijfrenteovereenkomst plaats vindt, maar die termijn is vaak al verstreken. Hoeveel er in een voorkomend geval dan wel aan revisierente is verschuldigd kan eenvoudig worden berekend aan de hand van de rekenhulp die de Belastingdienst op de site heeft staan.
Revisierente wordt door belastingplichtigen vaak ervaren als een boete. Maar van een boete is in bestuursrechtelijke zin geen sprake. Revisierente is een vergoeding voor het rentegemis dat de overheid heeft geleden door – achteraf bezien – ten onrechte uitstel van belastingheffing te hebben verleend in de vorm van aftrek van lijfrentestortingen.
Revisierente is niet alleen bij afkoop van een lijfrente verschuldigd maar bij elke verboden handeling die met een lijfrenteaanspraak plaatsvindt, zoals verpanding, vervreemding of het niet tijdig in laten gaan van de uitkeringsfase van de lijfrente.
Revisierente speelt niet alleen bij lijfrenten, maar ook bij ‘tweedepijler’ pensioen en de oudedagsverplichting (ODV) in eigen beheer. Revisierente speelt daarentegen niet bij goudenhanddrukstamrechten. Bij (bijvoorbeeld) afkoop van een goudenhanddrukstamrecht is de afkoopsom weliswaar belast, maar de Belastingdienst brengt in dat geval geen revisierente in rekening.
Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Inkomstenbelasting