Afgelopen periode vroeg men regelmatig aandacht voor overheidstransparantie in de vorm van bijvoorbeeld Kennisgroepstandpunten en rulingsamenvattingen.
Daarbij viel één aspect op: het thema werd meermaals in breder perspectief geplaatst. De gedachte is daarbij dat meer inzicht in interpretatie van regels wenselijk is omdat we verkeren in een ‘onzekere fiscale wereld’. In een ideale wereld zouden overheidspublicaties minder nodig zijn. Die onzekerheden zijn allesbehalve een uitsluitend Nederlands fenomeen. Toch lijkt het of we in Nederland meer rechterlijke procedures en publieke discussie hebben over technisch complexe belastingregels dan andere landen.
Bij het terugdringen van al die onzekerheid moet ik regelmatig aan tijdbalken denken die in internationale literatuur terugkomen, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen een fase vóór de belastingaangifte, een fase rondom de aangifte (en aanslag) en een fase na de aangifte. Daarbij staat de belastingbetaler, burger of ondernemer, centraal. Die vorm van kijken naar belastingheffing kan op elke nationale of internationale heffing worden toegepast. Bij de eerste fase hoort dan in internationaal verband terminologie als dispute prevention en bij de derde fase dispute resolution.
Uiteraard is de middelste fase het belangrijkst. Logische, overzichtelijke, zo eenvoudig mogelijke en praktische, uitvoerbare regels zijn in een ideale wereld de basis om onzekerheid te voorkomen. Dat vergt acceptatie van minder nuances en wellicht met belastingheffing in de toekomst nog directer aansluiten bij digitale geldstromen. Zowel nationaal als internationaal geldt dat door middel van uitvoeringstoetsen en impact assessments bij invoering van nieuwe regels aandacht aan uitvoerbaarheid wordt besteed. Initiatieven onder internationale noemers als ‘tax administration 3.0’ en ‘better regulation’ illustreren daarbij dat actief over modernisering wordt nagedacht.
Vanuit de belastingplichtige geredeneerd speelt in de eerste fase de wens om zoveel mogelijk duidelijkheid te hebben over de verplichtingen die men heeft en zoveel mogelijk begrip van de regels en toepassing daarvan. Daar passen goede toelichtingen, overzichtelijke helpfuncties, brochures, rulings en Kennisgroepstandpunten bij. Waar het internationale regels betreft zou gezamenlijke internationale interpretatie de voorkeur hebben, met daarbij instrumenten als advance certainty en compliance programs.
In een gewenste fiscale wereld zou de laatste fase, rondom en na de aanslag, dan veel minder ingeschakeld hoeven te worden. Zowel bezwaar als beroep, juist vanwege de tijd en moeite die daarmee gemoeid is, zou zo min mogelijk aan de orde moeten zijn, al is dat wellicht heel veel wensdenken. In internationaal verband wordt voor de laatste fase heil gezien in, voor zover nodig, gezamenlijke grensoverschrijdende uitvragen of onderzoeken (audits), maar vooral ook in efficiënte onderlinge overlegprocedures en, als slotstuk daarop, arbitrage. Afronding van het verleden zou dan gepaard kunnen gaan met toekomstige zekerheid, conform de eerste fase.
Uiteindelijk illustreert het voorgaande dat, nationaal en internationaal, van start tot finish de instrumenten en werkwijzen beschikbaar zijn om tot rechtvaardige heffing te komen, inclusief het streven om dat modern en eenvoudig te doen. Toch illustreert ieder huidig fiscaal dossier dat moderniseren, efficiënt handelen en meebewegen met alle digitale en andere ontwikkelingen hard nodig is en blijft.
Informatiesoort: Uitvergroot
Rubriek: Belastingrecht algemeen