In het antieke Delphi stond tussen de raadplegers en het orakel een gilde van tolken – de prophētai – die de hallucinante klanken van de Pythia omzetten in verstaanbaar Grieks. Zonder hen waren de bezweringen van het orakel onbruikbaar voor gewone stervelingen. Met Prinsjesdag in aantocht dringt een parallel zich op.

Weinigen zullen betogen dat de opmaak en redactie van een voorstel van wet, fiscaal of anderszins, als prettig leesbaar kan kwalificeren. Alleen al de nummering, het inspringen en de alineëring doen de ogen geen goed. Maar ook inhoudelijk kan het hallucinant zijn, want tenzij sprake is van een volledig nieuwe wet zal het voorstel volstaan met wijzigingsopdrachten: in art. X, onderdeel Y, worden ‘A en B’ vervangen door ‘C en D’.

Nu zet ik zelf (dan wel het wetenschappelijk bureau van mijn kantoor) vaker dit soort wijzigingen handmatig om in een track changes-versie, zeker als het om de meer technische wijzigingen gaat. Naar ik aanneem zal dat bij meer kantoren en organisaties gebeuren. Dat betekent dat in de weken na Prinsjesdag tientallen fiscalisten met exact dezelfde minutieuze ontcijferingsexercitie bezig zijn. Dat kan, lijkt mij, anders. De meest vergaande suggestie zou zijn om wetsvoorstellen ook daadwerkelijk vorm te geven door de voorgestelde wijzigingen met doorhalingen en aanvullingen in de bestaande tekst weer te geven. Dat is niet geheel zonder precedent; in de wetgevingsprocedures van de Europese Unie wordt vaker zo gewerkt (bijvoorbeeld in opvolgende door de Raad voorgestelde versies van een richtlijn/verordening of bij voorgestelde wijzigingen door het Europees Parlement). Dat gezegd hebbende, ik ben geen wetgevingsjurist en er zullen vast ook voldoende haken en ogen aan een ander systeem kleven. Ik denk (bijvoorbeeld) aan de interactie tussen een voorgestelde verhoging van een bedrag en de daarna nog toe te passen indexatie. Een minder vergaande oplossing zou zijn om bij de memorie van toelichting een niet-bindende bijlage op te nemen waarin de voorgestelde wijzigingen in tracked changes zichtbaar worden gemaakt. Dat zou zowel de praktijk als het parlement al aanzienlijk helpen.

Nieuw is deze gedachte niet. Oud-staatsraad Konijnenbelt pleitte al in 2010 voor vergelijkbare systematiek. Sindsdien is er niets veranderd, hetgeen op zichzelf ook een boodschap is. De meest welwillende verklaring is de kracht van de gewoonte. De minder welwillende is dat onleesbare wetgeving minder weerstand oproept dan leesbare wetgeving. Wie in één oogopslag ziet wat verandert, vormt zich immers ook sneller een oordeel over de wenselijkheid daarvan. Ik houd het op gewoonte. Maar het zou mooi zijn als de fiscale prophētai op Prinsjesdag eens wat minder werk hadden.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Focus: Focus

36

Gerelateerde artikelen