Het HvJ EU oordeelt dat de Zesde richtlijn toestaat een belastingplichtige in het kader van een intracommunautaire levering (ICL) de toepassing te weigeren van het recht op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van de btw, ook indien de nationale wet niet voorziet in bepalingen van die strekking.

Schoenimport ‘Italmoda' Mariano Previti vof (C-131/13) handelt onder meer in schoenen en computers. Turbu.com bv (C-163/13) handelt in computers en mobiele telefoons. Turbu.com Mobile Phone's bv (C-164/13) handelt in mobiele telefoons. In geschil is de weigering van vrijstelling, aftrek of teruggaaf van btw) jegens deze vennootschappen wegens (vermeende) deelname aan internationale btw-fraude. De Hoge Raad stelde hier prejudiciële vragen over, zie respectievelijk HR 22 februari 2013, nr. 11/02825 (V-N 2013/13.26) en de nrs. 11/01551 en 11/01624. De Nederlandse wet voorziet er namelijk niet in om aftrek, vrijstelling of teruggaaf van btw te weigeren als vast komt te staan dat belastingplichtigen deelnemen aan btw-fraude en zij wisten of hadden moeten weten dat zij daaraan deelnamen. Het Hof van Justitie EU oordeelt dat de Zesde richtlijn de nationale autoriteiten en rechterlijke instanties toestaat een belastingplichtige in het kader van een intracommunautaire levering (ICL) de toepassing te weigeren van het recht op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van de btw, ook indien de nationale wet niet voorziet in bepalingen van die strekking. Voorwaarde is wel dat aan de hand van objectieve gegevens komt vast te staan dat deze belastingplichtige wist of had moeten weten dat hij met de handeling waarvoor aanspraak op het betrokken recht wordt gemaakt, deelnam aan btw-fraude in het kader van een keten van leveringen. Het maakt niet uit dat de fraude is gepleegd in een andere lidstaat (in casu Italië) dan de lidstaat waarin aanspraak op deze rechten wordt gemaakt en de belastingplichtige in deze laatste lidstaat (Nederland) wel heeft voldaan aan de formele voorwaarden die de nationale wet aan deze rechten verbindt. Met betrekking tot Turbu.com bv (C-163/13) en Turbu.com Mobile Phone's bv (C-164/13) wordt vastgesteld dat de Hoge Raad niet heeft vastgesteld dat bij de betreffende handelingen sprake is van btw-fraude. Aangezien de prejudiciële vragen uitgaan van het bestaan van een dergelijke fraude, moeten zij dus als hypothetisch worden beschouwd. Deze vragen zijn dus niet-ontvankelijk.

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 9

Wet op de omzetbelasting 1968 35

Wet op de omzetbelasting 1968 30

Wet op de omzetbelasting 1968 17b

Wet op de omzetbelasting 1968 15

[Nieuwsbron]

Editie: 19 december

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Omzetbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  13
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen