Rechtbank Gelderland oordeelt dat X recht heeft op de (aanvullende) alleenstaande-ouderkorting. X voldoet aan de eisen daartoe. X en haar dochtertje hebben steeds op hetzelfde adres in de GBA ingeschreven gestaan. Niet is vereist, dat de huishouding daadwerkelijk wordt gevoerd op het adres waarop zij ingeschreven staan in de GBA.

Belanghebbende, X, claimt in haar aangifte IB 2010 de alleenstaande-ouderkorting en de aanvullende alleenstaande-ouderkorting omdat zij in april 2010 met haar tweejarige dochter duurzaam gescheiden is gaan leven van Y. De inspecteur weigert de kortingen omdat X zich volgens de GBA pas per 5 oktober 2010 heeft laten uitschrijven uit de echtelijke woning. Daarmee kan X in 2010 volgens de inspecteur niet voldoen aan de eis dat zij met alleen haar dochtertje gedurende meer dan zes maanden op hetzelfde adres in de GBA is ingeschreven.

Rechtbank Gelderland oordeelt echter op grond van drie verklaringen dat X aannemelijk maakt dat zij en haar ex-echtgenoot gedurende een periode langer dan de wettelijk gestelde termijn van zes maanden geen gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Verder volgt uit de gegevens uit de GBA dat X en haar dochtertje steeds op hetzelfde adres ingeschreven hebben gestaan. Daaraan doet niet af dat zij niet feitelijk steeds op dat adres een huishouding hebben gevoerd. Uit de verklaringen ter zitting volgt dat het aannemelijk is dat X vanaf april 2010 alleen, dus zonder partner, met haar dochtertje een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd, aldus de rechtbank. De rechtbank verklaart het beroep van X gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 8.16

Wet inkomstenbelasting 2001 8.15

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 19 december

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen