Rechtbank Noord-Holland beslist dat advocaat X onbehoorlijk bestuur te verwijten is. X is terecht aansprakelijk gesteld voor de door zijn bv niet betaalde loonbelastingschulden.

X is enig aandeelhouder en bestuurder van A bv, die geen andere werknemers in dienst heeft. A bv is bestuurder en enig aandeelhouder van F bv, waarin het advocatenkantoor van X wordt geëxploiteerd. A bv doet maandelijks aangifte loonheffing maar voldoet de verschuldigde belasting grotendeels niet. In verband daarmee zijn naheffingsaanslagen opgelegd over de periode 2011 - jan. 2016 die eveneens onbetaald zijn gebleven. F bv wordt op 5 januari 2016 failliet verklaard. De ontvanger stelt X aansprakelijk voor een bedrag van € 194.464 aan onbetaald gebleven aanslagen loonheffing van A bv.

Rechtbank Noord-Holland beslist dat de ontvanger aannemelijk maakt dat een onbehoorlijke taakvervulling door X heeft geleid tot het achterwege blijven van de betalingen van de loonbelastingschulden. Er is sprake van onbehoorlijk bestuur. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de rekening-courantverhouding tussen X en A bv. De rekening-courantschuld is ieder jaar opgelopen. In de rekening-courantovereenkomst is geen looptijd, geen aflossingsschema, geen maximum en geen zekerheid opgenomen. Ook leidt de jaarlijkse stijging van de loonkosten tot de conclusie dat X - die zich volgens zijn verklaringen ten overstaan van de controleur bewust was van de precaire kaspositie van A bv - ernstige verwijten te maken zijn. X is terecht aansprakelijk gesteld. Het beroep van X is ongegrond.

Lees ook het thema Bestuurdersaansprakelijkheid: de gevolgen van kennelijk onbehoorlijk bestuur

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Invorderingswet 1990 36

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Invordering

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Editie: 15 december

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen