Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat niet de belastingrechter, maar uitsluitend de civiele rechter, bevoegd is om vast te stellen of sprake is van een onrechtmatige overheidsdaad.

Aan X is voor het jaar 2016 een aanslag met vermogensrendementsheffing (box 3) opgelegd. Volgens X is het heffen over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen een onrechtmatige overheidsdaad. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt X in het ongelijk. X gaat in hoger beroep.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat niet de belastingrechter, maar uitsluitend de civiele rechter, bevoegd is om vast te stellen of sprake is van een onrechtmatige daad. De box 3-heffing is volgens de Hoge Raad alleen voor 2017 en latere jaren in strijd met het EVRM (zie HR 20 mei 2022, 21/04407, V-N 2022/23.3). Gelet op de ruime financiële situatie van X, bestaande uit een eigen huis zonder hypotheek, niet geringe bank- en spaartegoeden en een pensioen, is ook geen sprake van een individuele en buitensporige last. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 14

Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 1

Burgerlijk Wetboek Boek 6 612

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 5 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Box 3

606

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen