A-G Koopman is van mening dat het nationale procesrecht voldoende mogelijkheden biedt om op een proportionele wijze de eventuele schade aan de verdedigingsbelangen van X bv te repareren.

X bv doet BPM-aangifte voor een Range Rover en voldoet op basis van de zelf bedachte ‘herleidingsmethode’ € 17.287. In geschil is de naheffingsaanslag van € 11.132. Tot hetzelfde bedrag was eerder ook al een naheffingsaanslag opgelegd, maar die was niet correct aangekondigd, zodat die bij uitspraak op bezwaar is vernietigd. Volgens Rechtbank Den Haag is de tweede naheffingsaanslag geoorloofd, omdat bij naheffing geen nieuw feit nodig is. De aanslag wordt wel verlaagd tot € 4736 en X bv krijgt een immateriële schadevergoeding van € 2000. Hof ’s-Hertogenbosch verlaagt de naheffing tot € 2171. De immateriële schadevergoeding wordt verhoogd tot € 3000, omdat de datum van de eerste naheffingsaanslag als startdatum van de redelijke termijn heeft te gelden. X bv stelt in cassatie dat de tweede naheffingsaanslag in strijd is met het EU-verdedigingsbeginsel.

Advocaat-Generaal Koopman is van mening dat het arrest Kamino (HvJ EU 3 juli 2014, C-129/13, V-N 2014/36.6) genuanceerd moet worden toegepast. Als bestuursrechtelijk aan het 'andere afloop'-criterium wordt voldaan, dan hoeft de tweede naheffingsaanslag niet integraal vernietigd te worden. Het nationale procesrecht biedt namelijk voldoende mogelijkheden om op proportionele wijze de schade aan de verdedigingsbelangen van X bv te repareren. Als X bv bijvoorbeeld door het tijdsverloop in bewijsnood is komen te verkeren, dan kan de rechter daarmee rekening houden bij zijn bewijsoordeel. Als een destijds pleitbaar, maar inmiddels onjuist bevonden juridisch standpunt tot een lagere aanslag had geleid, dan kan de aanslag worden verlaagd. Hetzelfde geldt voor een destijds haalbaar, maar inmiddels niet meer haalbaar compromis. De A-G concludeert tot gegrondverklaring en tot verwijzing. Het verwijzingshof zou vervolgens moeten beoordelen of de tweede aanslag geheel of gedeeltelijk in stand kan blijven. Met betrekking tot de (niet-geoorloofde) herleidingsmethode verwijst de A-G naar een eerdere conclusie van A-G Ettema.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 9

Algemene wet inzake rijksbelastingen 20

Instantie: Hoge Raad (Parket)

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 22 april

Informatiesoort: VN Vandaag

206

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen