Mevrouw A overlijdt in 2014. Bij testament heeft zij vier erfgenamen benoemd, waaronder de executeur testamentair, X, en iemand die in Canada woont. Het pensioen van A wordt onder inhouding van loonheffing doorbetaald tot eind 2015. Pas in mei 2016 is door X het (bruto) pensioen aan de verzekeraar terugbetaald. In 2021 wordt om ambtshalve vermindering verzocht van de aanslagen van de erven over 2016, omdat het door hen terugbetaalde pensioen negatief loon is. De inspecteur verklaart dit bezwaar niet-ontvankelijk. De Hoge Raad (26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:668, V-N 2024/20.18) verwijst de zaak om te onderzoeken of het beroep alsnog in behandeling moet worden genomen als een beroep tegen het uitblijven van een beslissing op de verzoeken om ambtshalve vermindering. Volgens Rechtbank Noord-Holland zijn de aanslagen na het arrest inmiddels ambtshalve verminderd. In één geval leidde dat niet tot een teruggaaf. De in Canada wonende erfgenaam had in 2016 namelijk geen positief Nederlands inkomen. Het beroep van X is niet-ontvankelijk. X gaat in hoger beroep.
Hof Amsterdam oordeelt dat de verklaring van executele niet toereikend is om te mogen procederen namens elk van de individuele erven. Aan het verzoek van de griffier om machtigingen van de overige erven te verstrekken, is door X geen gehoor gegeven. Hij is dus alleen bevoegd om namens zichzelf op treden. Er is door hem volstaan met de opmerking dat de ingehouden loonheffing volledig moet worden geretourneerd en geklaagd dat de in Canada wonende erfgenaam het nakijken heeft. X geeft geen enkel inzicht in de vermindering van de aan X opgelegde aanslag. Het beroep is ongegrond voor zover het betrekking heeft op de aan X opgelegde aanslagen isvoor het overige niet-ontvankelijk.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.24
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting, Erfrecht
Editie: 12 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag