X BV houdt zich bezig met de in- en verkoop van paarden. Zij doet VPB-aangifte 2015 naar een belastbaar bedrag van € 375.000. De inspecteur legt een VPB-navorderingsaanslag op naar een belastbaar bedrag van € 2,1 mln. naar aanleiding van een boekenonderzoek waarbij verschillende aftrekposten zijn gecorrigeerd. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur terecht een navorderingsaanslag heeft opgelegd. Er is namelijk sprake van een kenbare fout en X BV heeft niet de vereiste aangifte gedaan. Het hof overweegt hierbij verder dat de daaruit voortvloeiende omkering en verzwaring van de bewijslast voor de gehele aanslag geldt. Omdat de correcties berusten op een redelijke schatting en X BV met haar stellingen over de correcties niet slaagt in de zwaardere bewijslast, wordt de navorderingsaanslag gehandhaafd. X BV gaat in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat X BV niet de vereiste aangifte heeft gedaan en daaraan terecht de conclusie heeft verbonden dat omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing zijn voor de gehele aanslag. De Hoge Raad overweegt daarbij dat uit art. 25 lid 3 AWR en art. 27e lid 1 AWR volgt dat op X BV, wanneer de vereiste aangifte niet is gedaan, een verzwaarde bewijslast rust met betrekking tot de gehele door haar bestreden belastingaanslag. Voor toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast moet de aangifte als geheel worden beoordeeld. Er is geen reden om de omkering en verzwaring van de bewijslast te beperken tot bepaalde geschilpunten met betrekking tot die belastingaanslag. De Hoge Raad gaat vervolgens nog uitgebreid in op hetgeen geldt met betrekking tot omkering en verzwaring van de bewijslast wanneer de vereiste aangifte niet is gedaan doordat een of meer vragen in het aangiftebiljet niet of onjuist zijn beantwoord. Verder verwerpt de Hoge Raad ook het betoog van X BV dat het ten tijde van het vaststellen van de aanslag voor haar niet kenbaar was dat de in overeenstemming met haar aangifte vastgestelde aanslag onjuist was. Het beroep in cassatie is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 25
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 12 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag