Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt vast dat de belastingrente juist is berekend. Het feit dat gedurende de betalingstermijn het geld al op de bankrekening van de fiscus stond is geen reden voor matiging.

De gemachtigde van X doet aangifte erfbelasting voor de nalatenschap van de broer van X. De aangifte komt binnen na 8 maanden na het overlijden van de broer. Daarom brengt de inspecteur belastingrente in rekening bij het opleggen van de aanslag, rekening houdend met een rentestop van 19 weken. X is het niet eens met toepassing van de rentestop omdat de aanslag is betaald gedurende de betalingstermijn, binnen 19 weken. Na tevergeefs bezwaar komt X in beroep.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt vast dat de belastingrente juist is berekend. Het feit dat gedurende de betalingstermijn het geld al op de bankrekening van de fiscus stond is geen reden voor matiging. De rechtbank verwijst naar de lijn van de Hoge Raad op dat punt. Het beroep op strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur faalt. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor een immateriële schadevergoeding. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30g

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 27 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

294

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen