Hof Amsterdam oordeelt dat het Kerst-arrest nieuwe jurisprudentie vormt en dat dan geen ambtshalve vermindering hoeft te worden verleend. Dit blijkt ook uit het arrest van de Hoge Raad van 20 mei 2022.

Het box 3-vermogen van X beloopt in 2017 € 872.796. De verschuldigde box 3-belasting van € 11.655 is iets hoger dan het daadwerkelijk door X behaalde rendement. Nadat zijn aanslag onherroepelijk is komen vast te staan, maakt X bezwaar. De inspecteur merkt het bezwaar aan als een verzoek om ambtshalve vermindering en wijst het verzoek af. Rechtbank Noord-Holland oordeelt, onder verwijzing naar het Kerst-arrest van de Hoge Raad (24 december 2021, 21/01243, V-N 2022/2.3), dat het bezwaar van X gegrond is en vermindert het belastbaar inkomen voor box 3 tot het werkelijke rendement op het vermogen van X. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam oordeelt dat het Kerst-arrest nieuwe jurisprudentie vormt en dat dan geen ambtshalve vermindering hoeft te worden verleend (art. 45aa Uitv. reg. IB 2001). Dit blijkt ook uit het arrest van de Hoge Raad van 20 mei 2022 (21/04407, V-N 2022/23.3). Uit dit arrest volgt dat het Kerst-arrest de inspecteur niet noopt belastingaanslagen die op 24 december 2021 al onherroepelijk vaststonden, ambtshalve te verminderen. Daarnaast stelt het hof nog vast dat er, gezien de algehele financiële positie van X, geen sprake is van een individuele en buitensporige last. Het gelijk is aan de inspecteur.

Lees ook het Dossier Box 3.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 45aa

Wet inkomstenbelasting 2001 9.6

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Belastingrecht algemeen

Dossiers: Box 3

Instantie: Hof Amsterdam

Editie: 3 februari

62

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen