Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht niet alleen de vergoeding voor het overnachten, maar ook andere vergoedingen die betrekking hebben op verblijf door toeristen in de heffing van toeristenbelasting heeft betrokken.

X exploiteert twee campings in de gemeente Amsterdam. In geschil is de aanslag toeristenbelasting 2015. De toeristenbelasting bedraagt in Amsterdam 5% van de heffingsgrondslag. Over die heffingsgrondslag zijn partijen het niet eens.

Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht niet alleen de vergoeding voor het overnachten, maar ook andere vergoedingen die betrekking hebben op verblijf door toeristen in de heffing van toeristenbelasting heeft betrokken. De heffingsambtenaar heeft campings vooraf geïnformeerd over zijn nieuwe uitleg van de verordening en heeft hen voldoende tijd gegund om hierop te anticiperen. De verordening biedt geen steun voor het standpunt van X dat alleen de kale overnachtingsprijs per nacht/per persoon belast kan worden met toeristenbelasting. X heeft met de normale regels van de bewijslastverdeling niet aannemelijk gemaakt dat de heffingsambtenaar de aanslag te hoog heeft opgelegd. De vraag of de bewijslast moet worden omgekeerd, op de grond dat X niet de vereiste aangifte zou hebben gedaan, kan daarom onbesproken blijven.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Gemeentewet 224

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 16 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

  126
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen