Hof ’s-Hertogenbosch is het met de inspecteur eens dat sprake is van een schenking aan X. Bv 1 heeft zich ten gunste van de nv door toedoen van haar aandeelhouder winst laten ontgaan, zonder daarvoor te zijn gecompenseerd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

A, de partner van X, houdt de aandelen in bv 2 die de aandelen houdt in bv 1. X en A houden ieder 50% van de aandelen in een Belgische nv. Bv 1 is in onderhandeling met Stichting 2 over diens tijdelijke huisvesting. Uiteindelijk sluit de nv een (lucratief) huurcontract met de Stichting. Begin 2006 levert BV 1 de tijdelijke huisvesting voor de Stichting op en eind 2006 factureert bv 1 aan de nv de overeengekomen aanneemsom. De inspecteur legt een aanslag schenkbelasting op aan X. Volgens de inspecteur heeft A via bv 1 een schenking gedaan aan X. Bv 1 heeft in zijn ogen namelijk een lucratief huurcontract overgedragen aan de nv. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat geen sprake is van een schenking. Noch A noch bv 1 zijn volgens de rechtbank verarmd.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2023/47.1.5) is het met de inspecteur eens dat sprake is van een schenking aan X. Bv 1 heeft zich ten gunste van de nv door toedoen van haar aandeelhouder (A) winst laten ontgaan zonder daarvoor te zijn gecompenseerd. Vanuit de opdrachtgever (Stichting 2) was daarvoor geen noodzaak aanwezig. Voor Stichting 2 was er namelijk in feite geen onderscheid tussen de aannemer en de verhuurder. De inspecteur maakt aannemelijk dat sprake is van een onzakelijke aanneemsom die bv 1 heeft gerekend aan de nv, waardoor de bv zich winst heeft laten ontgaan ten gunste van de nv. Hierdoor is A verarmd en X verrijkt. Met betrekking tot de hoogte van de schenking volgt het hof ook de inspecteur in zijn berekening. De inspecteur komt op een bedrag van € 727.500 (50% van het verschil tussen de waarde van de huurovereenkomst van € 3.835.000 en de aanneemsom van € 2.380.000). Het gelijk is aan de inspecteur. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Successiewet 1956 1

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 9 april

Informatiesoort: VN Vandaag

296

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen