Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in navolging van Rechtbank Gelderland dat het handelen van de heffingsambtenaar van de gemeente Ede geen aanleiding geeft tot een afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding van het Bpb.

X is eigenaar van een woning in de gemeente Ede. Rechtbank Gelderland vermindert de waarde tot de waarde die in compromis door de heffingsambtenaar is voorgesteld. X gaat hier niet mee akkoord, omdat hij een integrale proceskostenvergoeding wil. De rechtbank kent de forfaitaire vergoeding toe. X komt in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die aanleiding geven om af te wijken van het in art. 2 lid 1 Bpb opgenomen tarief. Indien het bestuursorgaan het verwijt treft dat het een beschikking of uitspraak geeft respectievelijk doet of in rechte handhaaft, terwijl op dat moment duidelijk is dat die beschikking of uitspraak in een daartegen ingestelde procedure geen stand zal houden (vgl. HR 13 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2802) of indien de heffingsambtenaar bij het nemen van de WOZ-beschikking en het opleggen van de aanslag OZB in verregaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld, kan dit grond opleveren om een bijzondere omstandigheid als bedoeld in art. 2 lid 3 Bpb aanwezig te achten (HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2975). Van beide situaties is in het onderhavige geval geen sprake. De heffingsambtenaar heeft tot twee maal toe een taxateur ingeschakeld en heeft steeds het advies van de taxateur gevolgd. Ook is niet gebleken dat sprake is van in verregaande mate onzorgvuldig handelen van de heffingsambtenaar. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Besluit proceskosten bestuursrecht 2

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 23 november

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen