Rechtbank Rotterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar niet zonder rechterlijke tussenkomst voor de tweede maal uitspraak op bezwaar mocht doen.

X maakt bezwaar tegen een WOZ-beschikking van de gemeente Rotterdam. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna X in beroep gaat. Vervolgens doet de heffingsambtenaar opnieuw uitspraak op bezwaar, waarin het bezwaar ongegrond wordt verklaard. X komt ook tegen deze uitspraak in beroep.

Rechtbank Rotterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar niet zonder rechterlijke tussenkomst voor de tweede maal uitspraak op bezwaar mocht doen. De rechtbank verklaart het beroep gericht tegen deze tweede uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk. In de eerste uitspraak op bezwaar, waartegen X ook beroep heeft ingesteld, heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van X wegens het ontbreken van de gronden niet-ontvankelijk verklaard. Ten onrechte, aldus de rechtbank. Nu de WOZ-beschikking enkel de WOZ-waarde bevatte en niet voorzien was van een motivering, kon X in het bezwaar volstaan met de mededeling dat hij bezwaar maakt tegen de beschikking. Dat X een nadere motivering heeft aangekondigd die hij vervolgens niet heeft gegeven, doet daaraan niet af.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 7:1

Instantie: Rechtbank Rotterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 28 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

  63
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen