Belanghebbende (X) werkt fulltime bij A bv. Daarnaast drijft hij ook nog een onderneming. De activiteiten bestaan uit het graveren van kentekens in autoruiten. Uit een onderzoek van de FIOD blijkt dat belanghebbende grote hoeveelheden spektakelvuurwerk in België heeft gekocht. Naar aanleiding van dit onderzoek legt de inspecteur een btw-naheffingsaanslag aan belanghebbende op. Naar aanleiding van de opmerking van belanghebbende dat hij bij de groothandel ook voor derden, die niet over de vereiste papieren beschikten en die hem er om vroegen, vuurwerk heeft gekocht, vermindert de inspecteur de naheffingsaanslag. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende in vuurwerk heeft gehandeld. De rechtbank acht hierbij onder andere de door de inspecteur opgestelde vermogensvergelijking van belang. Hof 's-Gravenhage vernietigt de naheffingsaanslag. Het hof acht de verklaring van belanghebbende – dat hij relatief veel vuurwerk heeft gekocht op verzoek van andere personen die bij de groothandel aanwezig waren en niet over de vereiste vergunningen beschikten – geloofwaardig. Ook de verklaring dat een en ander tegen kostprijs is geschied, acht het hof aannemelijk. Verder acht het hof geloofwaardig dat belanghebbende bij speciale gelegenheden – zoals Oud en Nieuw – met vrienden en bekenden grote hoeveelheden vuurwerk afsteekt. Belanghebbende heeft volgens het hof dan ook geen economische activiteiten verricht en vernietigt de naheffingsaanslag.
Gerelateerde artikelen
Follow the Money: botoxklinieken dragen ten onrechte geen btw af
In Nederland geldt een belastingtarief van 21 procent voor cosmetische ingrepen. Veel klinieken beroepen zich vaak op een medische noodzaak voor de ingreep waardoor de btw ontweken kan worden. Follow the Money (FTM) onderzocht facturen van 14 klinieken en ontdekte dat er doorgaans geen btw werd verrekend, ook niet bij behandelingen die zijn uitgevoerd om puur cosmetische redenen, en dus belast met btw zouden moeten zijn.
Spiegelbeeld of lachspiegel?
Afgelopen voorjaar heeft de Staatssecretaris van Financiën met toepassing van de hardheidsclausule kwijtschelding verleend van overdrachtsbelasting over de verkrijging van de economische eigendom van een bouwterrein (zie V-N 2026/23.14). Deze verkrijging werd enkele maanden later gevolgd door de juridische levering, die aan BTW was onderworpen. Volgens de staatssecretaris was de samenloopvrijstelling niet van toepassing op ‘de econoom’, omdat op het tijdstip van de verkrijging geen sprake was van samenloop van overdrachtsbelasting en BTW.