Stichting X exploiteert kringloopwinkels en past per 1 juli 2022 haar algemene voorwaarden aan. Hierin is vastgelegd dat de door particulieren ingebrachte goederen van hen worden gekocht tegen een door X vastgestelde prijs, waarna de inbrenger datzelfde bedrag schenkt aan X. In de BTW-aangifte over juli 2022 past X de margeregeling toe. Volgens Rechtbank Gelderland betaalt X geen daadwerkelijke vergoeding, zodat de margeregeling niet kan worden toegepast. X gaat in hoger beroep.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij de leveringen van de brengers aan X een bezwarende titel ontbreekt. Louter op grond van de algemene voorwaarden komt geen koopovereenkomst tot stand, omdat er geen wilsovereenstemming is. Sterker nog, er wordt bewust zo min mogelijk ruchtbaarheid gegeven aan de prijs voor ingenomen goederen. X wil namelijk voorkomen dat de inbrengers geld van haar vragen. Ten overvloede wordt overwogen dat als er wel wilsovereenstemming is, er op basis van het samenstel van bepalingen in wezen geen vergoeding wordt bedongen. Ook in dat geval ontbreekt een bezwarende titel. Het beroep is enkel gegrond, omdat de rechtbank in haar dictum heeft verzuimd de immateriële schadevergoeding van € 500 en de proceskostenvergoeding van € 113,38 toe te kennen.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 28B
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 28D
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 2A
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Omzetbelasting
Editie: 12 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag