De inspecteur legt X voor het jaar 2019 aanslagen IB/PVV en Zvw op. X maakt bezwaar; de inspecteur verklaart de bezwaren ongegrond respectievelijk niet-ontvankelijk. X stelt beroep in bij Rechtbank Noord-Nederland. X verschijnt niet ter zitting. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en overweegt dat uit het Track&Trace-systeem van PostNL blijkt dat op 25 april 2024 voor ontvangst van de zittingsuitnodiging is getekend. X stelt hoger beroep in en voert aan de uitnodiging niet te hebben ontvangen. Het procesdossier bevat een afschrift van de aangetekende brief van 24 april 2024, maar de Track&Trace-gegevens ontbreken. Navraag bij de rechtbank en PostNL levert deze gegevens evenmin op.
In geschil is of X de uitnodiging voor de zitting van de rechtbank op regelmatige wijze heeft ontvangen en of terugwijzing naar de rechtbank moet volgen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat art. 8:37 Awb voorschrijft dat de uitnodiging voor een zitting per aangetekende brief geschiedt, omdat zekerheid moet bestaan dat de brief ter bestemder plaatse aankomt. Wanneer X de ontvangst ontkent, moet worden onderzocht of het stuk op regelmatige wijze is aangeboden. De rechtbank baseert haar oordeel op Track&Trace-gegevens die niet in het procesdossier zitten en ook bij PostNL niet meer te achterhalen zijn. Het hof acht het oordeel van de rechtbank daarom onbegrijpelijk, vernietigt de uitspraak en wijst de zaken terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.37
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.151
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.151
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.16
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag