Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar het bezwaar tegen een aanslag leges terecht niet-ontvankelijk verklaart, omdat de Awb geen mogelijkheid biedt om nogmaals bezwaar te maken tegen dezelfde aanslag.

Op 7 september 2018 legt de heffingsambtenaar aan X een aanslag leges van € 17,75 op inzake een gehandicaptenparkeerplaats en verstrekt hierbij een factuur van € 494,29 voor een bijdrage gehandicaptenparkeerplaats. In 2025 worden de kosten voor een bijdrage gehandicaptenparkeerplaats naar aanleiding van een discussie in de gemeente van X ineens fors verlaagd. X maakt daarom bezwaar tegen de aanslag leges en de factuur. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. In geschil is of de heffingsambtenaar het bezwaar tegen de aanslag leges en de factuur terecht niet-ontvankelijk verklaart.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat tussen partijen niet in geschil is dat tegen de aanslag leges reeds een bezwaarprocedure is doorlopen. De Awb biedt geen mogelijkheid om nogmaals bezwaar te maken tegen dezelfde aanslag. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar tegen de aanslag leges daarom terecht niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de factuur kan de rechtbank evenmin oordelen, nu deze dateert van ruim zeven jaar voordat X in bezwaar gaat. De rechtbank verklaar het beroep daarom ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 7.1

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 9 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen