Hof Amsterdam oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat haar incontinentie in 2022 leidt tot aftrekbare uitgaven voor extra kleding en beddengoed als specifieke zorgkosten.

X doet aangifte IB/PVV 2022 en claimt aftrek specifieke zorgkosten, waaronder € 300 voor extra kleding en beddengoed wegens incontinentie. De inspecteur weigert deze aftrek en stelt de aanslag vast naar een belastbaar inkomen van € 42.733. X legt ter onderbouwing vooringevulde verklaringen over waarin staat dat zij sinds 2014 lijdt aan incontinentie. Rechtbank Noord-Holland vermindert het belastbaar inkomen naar € 42.118 na acceptatie van dieetkosten, maar wijst de aftrek voor extra kleding en beddengoed af. X stelt hoger beroep in. In geschil is of X recht heeft op aftrek van specifieke zorgkosten voor uitgaven voor extra kleding en beddengoed wegens incontinentie.

Hof Amsterdam oordeelt dat het de verklaring van X gelooft dat zij al jaren lijdt aan incontinentie, maar dat uitgaven voor extra kleding en beddengoed niet worden verondersteld en aannemelijk moeten worden gemaakt. X maakt met haar geloofwaardige maar onvoldoende onderbouwde verklaring niet aannemelijk dat haar incontinentie in 2022 leidt tot extra kosten buiten het normale uitgavenpatroon. Het hof weegt mee dat de inspecteur onbetwist stelt dat bij gebruik van incontinentiemateriaal in de regel geen extra bewassingskosten ontstaan. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.16

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 38

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 9 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

37

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen