Tot de invoering van definitieve antidumping- en compenserende rechten voert Prestige Rijwielen NV complete elektrische fietsen van oorsprong uit China in (GN-post 8711 60 10). Na dat moment voert Prestige onderdelen van elektrische fietsen in (GN-post 8714). Naar aanleiding van een controle wordt een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar Prestige. De Belgische (straf)rechter twijfelt echter of de in onderdelen ingevoerde fietsonderdelen wel moeten worden ingedeeld onder de tariefpost die geldt voor complete fietsen. Voorwaarde daarvoor is namelijk dat de goederen gelijktijdig bij de douane worden aangebracht. De Belgische rechter stelt daarom prejudiciële vragen in deze zaak. Het Hof van Justitie heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.
Het Gerecht oordeelt dat in het kader van indelingsregel 2a geldt dat onderdelen van een elektrische fiets die bestemd zijn om tot een elektrische fiets te worden geassembleerd aangemerkt moeten worden als elektrische fietsen die worden aangeboden in gedemonteerde of niet-gemonteerde staat en dus onder een en dezelfde tariefpost vallen. Daarbij is dan onder andere van belang dat de onderdelen worden gefactureerd door twee verschillende leveranciers en in verschillende containers worden vervoerd. Ook moet sprake zijn van afzonderlijke douaneaangiften voor het vrije verkeer die over een periode gaande tot meerdere maanden in de tijd zijn gespreid. Het Gerecht merkt daarbij nog wel op dat dan uit objectieve elementen moet blijken dat de onderdelen een geheel vormen en alle essentiële bestanddelen van de elektrische fietsen omvatten.
Wetingang:
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 5
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 56
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Douane
Editie: 9 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag