Y is oprichter/enig bestuurder van Stichting X. Y is tevens indirect bestuurder van A BV, waarvan X de enig aandeelhouder is. A BV sluit ten aanzien van een door haar vanaf 2017 gehuurd restaurant pachtovereenkomsten met diverse bedrijven. Bij een eerste controle door de Belastingdienst is geconstateerd dat A BV daarom terecht nihil LB-aangiften heeft ingediend. Later stelt de inspecteur vast dat X de restaurantomzet ontvangt, netto-lonen aan het personeel uitbetaalt en overige kosten van het restaurant betaalt, zodat zij inhoudingsplichtig is. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de LB-naheffingsaanslagen en betaalverzuimboeten terecht zijn. X gaat in hoger beroep.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X inhoudingsplichtig is voor het restaurantpersoneel. Hierbij volgt het hof het standpunt van de inspecteur dat de pachtovereenkomsten en de reverse factoring slechts een papieren werkelijkheid representeren en dat het restaurant feitelijk wordt gedreven voor rekening en risico van X. Gesteld noch gebleken is dat over het exploitatieresultaat is afgerekend met een pachter. X beroept zich vergeefs op het vertrouwensbeginsel. Nog daargelaten of vertrouwen kan worden ontleend aan het bij A BV ingestelde onderzoek, heeft Y bij dat onderzoek verzwegen dat aan de pachtovereenkomsten geen uitvoering is gegeven. Bij de naheffing is terecht het anoniementarief toegepast en de boeten zijn ook passend en geboden.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 6
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67B
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67C
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Loonbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 12 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag