Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur het saldo aan negatieve inkomsten uit eigen woning terecht en op juiste wijze heeft gecorrigeerd.

X is gehuwd met Y en staat tot 1 december 2019 ingeschreven op het adres van de echtelijke woning. Een echtscheidingsverzoek volgt op 28 februari 2020. X betaalt in 2019 alle kosten van de woning. Hij brengt het volledige saldo negatieve inkomsten uit eigen woning van € 11.202 in mindering in zijn aangifte IB/PVV 2019. Y geeft de helft van het saldo aan in haar aangifte. De inspecteur wijkt af van de aanslag en rekent  50% van het saldo inkomsten uit eigen woning toe aan X. In geschil is de verdeling van het saldo inkomsten uit eigen woning. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur het saldo aan negatieve inkomsten uit eigen woning terecht en op juiste wijze heeft gecorrigeerd. X en Y zijn geheel 2019 fiscale partners en maken geen gezamenlijke keuze voor de verdeling van de negatieve inkomsten uit eigen woning. De inspecteur verdeelt het saldo van deze inkomsten terecht bij helfte. Dat X in 2019 alle lasten op zich neemt, leidt niet tot een ander oordeel. Ook maakt X niet aannemelijk dat sprake is van aftrekbare onderhoudsverplichtingen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 6.3

Wet inkomstenbelasting 2001 2.17

Algemene wet inzake rijksbelastingen 5a

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 10 april

Informatiesoort: VN Vandaag

696

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen