De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LH/PH aanslag heeft een standpunt gepubliceerd over de reikwijdte van de remittance-bepaling van art. 22 lid 1 van het Belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk en resultaten uit lucratief belang. Resultaten uit lucratief belang vallen onder de reikwijdte van de remittance-bepaling.

In de casus gaat het om werknemer X die gedurende zijn inwonerschap in Nederland vermogensbestanddelen heeft verworven in een Nederlandse entiteit die kwalificeren als lucratief belang op grond van art. 3.92b Wet IB 2001. X verhuist naar het Verenigd Koninkrijk (VK) en kwalificeert daar als non-domiciled resident.

De inkomensbestanddelen en voordelen uit de remittance-bepaling van art. 22 lid 1 Verdrag NL – VK worden niet als zodanig gedefinieerd. In art. 3 lid 1 Verdrag NL – VK wordt verwezen naar de betekenis van het betreffende begrip in de nationale wetgeving. Omdat het resultaat uit een lucratief belang valt onder het inkomensbegrip van de Wet IB 2001, werkt dit door naar de remittance-bepaling in het Verdrag, tenzij de context anders vereist. Dat is hier niet het geval. De Engelstalige tekst van de bepaling spreekt van ‘any item of income’ en het VK kent ook regels die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse lucratief belangregeling.

Wetsartikelen:

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten 22

[Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht, Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 22 november

Informatiesoort: VN Vandaag

288

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen