Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsbevoegdheid ter zake van het Zwitserse loon van X is toegewezen aan Nederland. X heeft geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor dit loon. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. Hij werkt op een pijplegschip voor een Zwitserse vennootschap. In geschil is de omvang van de voorkoming van dubbele belasting in zijn IB-aangifte 2014. Hierbij is met name het antwoord op de vraag of het pijplegschip ‘in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd’ als bedoeld in art. 15 lid 3 Belastingverdrag Nederland-Zwitserland van belang. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X recht heeft op voorkoming van dubbele belasting ter zake van het loon dat hij van zijn Zwitserse werkgever heeft genoten. De activiteiten van het pijplegschip zijn aan te merken als verricht in het ‘internationaal verkeer’ als bedoeld in art. 15 lid 3 Belastingverdrag Nederland-Zwitserland. Het heffingsrecht over het looninkomen van X is volledig aan Zwitserland toegewezen.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N Vandaag 2022/1895) oordeelt dat de heffingsbevoegdheid ter zake van het Zwitserse loon van X is toegewezen aan Nederland. X heeft geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor dit loon. Het schip waarop X werkzaam is, wordt niet in internationaal verkeer geëxploiteerd. Voor de uitleg van het begrip ‘in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd’ sluit het hof aan bij art. 3 lid 1 onderdeel e 8 lid 1 en art. 15 lid 3 van het OESO-modelverdrag 2008 en het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (20/03226, V-N 2022/2.9). Hieruit blijkt dat het moet gaan om commercieel vervoer van personen en goederen per schip in internationaal verkeer en daarmee samenhangende en bijkomstige activiteiten. Dat is niet het geval bij het pijplegschip waarop X zijn werkzaamheden verricht. Dit schip is namelijk primair bestemd voor het leggen van pijpen voor olie- en gastransport. Het vervoer van (personen en) de projectlading op het schip is bijkomstig aan die activiteit. Het gelijk is aan de inspecteur. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Besluit toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (artikel 8 OESO-modelverdrag) 15

Besluit toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (artikel 8 OESO-modelverdrag) 3

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting 15

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting 3

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Editie: 2 november

Informatiesoort: VN Vandaag

233

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen