In verband met de maatregelen in box 2 licht het kabinet toe dat een erfgenaam die een bovenmatige schuld aan een eigen vennootschap erft fiscaal gelijk wordt behandeld als een erfgenaam die zelf een dergelijke schuld aangaat. Bij beide erfgenamen tellen deze schulden mee bij de bepaling van het bovenmatig deel van de schuld per einde kalenderjaar en zal ten aanzien van deze schulden een fictief regulier voordeel in aanmerking worden genomen.
De MKB-toets voor de uitzonderingen in de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s wordt in 2027 uitgevoerd om te bezien of de uitzonderingen werkbaar zijn in de praktijk. Verdere verruimingen, zoals ruimere uitzonderingen voor huurauto’s of demonstratieauto’s, wijst het kabinet af. De staatssecretaris verwacht dat de voorwaarde van maximaal één huur per kalenderjaar kleine verhuurbedrijven minder harder raakt dan grote. Dat houdt verband met het kleinere wagenpark en het overgangsrecht. Als een fossiele huurauto namelijk reeds vóór 1 januari 2027 door een werkgever ter beschikking is gesteld aan een werknemer, dan geldt voor deze betreffende huurauto ook het overgangsrecht als deze werkgever diezelfde huurauto in de periode 2027 tot en met 31 december 2030 huurt.
Ten aanzien van het vervallen van het onzakelijkheidsvermoeden in de bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit gaat de staatssecretaris in op de bewijslast.
Rubriek: Belastingrecht algemeen, Loonbelasting, Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting, Fiscale wetsvoorstellen
Regelgevende instantie: Staten-Generaal
Editie: 13 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag