Y sluit in 1997 een beleggingspolis af bij ABN AMRO Levensverzekering NV met een looptijd tot 2027. De polis is premievrij gemaakt en het volledige saldo is belegd op een Kapitaalmarktrenterekening (KMRR) op naam van ABN AMRO Levensverzekering NV bij ABN AMRO Bank NV. Deze, inmiddels oude, KMRR garandeert een minimaal rendement van 4%. In geschil is of de waarde van de beleggingspolis op de KMRR voor de Wet rechtsherstel box 3 als banktegoed kwalificeert.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de waarde van de polis niet als banktegoed kwalificeert. Het premievrij maken leidt niet tot beëindiging van de polis; het verzekeringscontract blijft bestaan. De KMRR staat op naam van ABN AMRO Levensverzekering NV, zodat geen sprake is van een tegoed dat een bank aan Y dient terug te betalen. Y kan niet rechtstreeks geld opnemen; opnames verwerkt de verzekeraar als gedeeltelijke afkoop. Het saldo voldoet daarmee niet aan de depositodefinitie van art. 1:1 Wft, waarbij wordt aangesloten voor de definitie van een banktegoed. Omdat een ISV is gevorderd en de aanslag aan de hand van het werkelijke rendement wordt vastgesteld, verklaart het hof de uitspraak gegrond.
Wetingang:
Wet rechtsherstel box 3 artikel 1
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 13 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag