Nadat X BV een aanmaning ontvangt over de aan haar opgelegde VPB-aanslag 2019 verzoekt zij de inspecteur om de aanslag naar haar te sturen, en maakt zij bezwaar. De inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van X BV, ondanks de termijnoverschrijding, ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. X BV ontzenuwt namelijk het vermoeden van ontvangst van de aanslag. De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat X BV gedetailleerd uiteen heeft gezet dat er vaker problemen zijn met de postbezorging bij het bedrijfsverzamelgebouw waarin zij is gevestigd en dat de postbezorging sinds de Covid-19 pandemie minder betrouwbaar is geworden. Verder wijst X BV erop dat het probleem van tekortschietende postbezorging in de jurisprudentie inmiddels breed is erkend en dat de Nationale Ombudsman en de Commissie rechtseenheid bestuursrecht aandacht hebben gevraagd voor de gebrekkige postbezorging door PostNL. De inspecteur maakt de daadwerkelijke ontvangst niet aannemelijk. De rechtbank draagt de inspecteur op om opnieuw uitspraak op bezwaar te doen.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.8
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.9
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 22J
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 13 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag