A-G Ettema is van mening dat de regeling voor gezamenlijke opslag niet van toepassing is. De niet-communautaire biodiesel en de communautaire biodiesel zijn namelijk door de gescheiden opslag qua douanestatus bepaalbaar gebleven.

X BV beschikt als entrepothouder over een vergunning voor het beheer van een ‘douane-entrepot type E’ en heeft zendingen biodiesel uit de VS, Indonesië, Maleisië en Argentinië in haar entrepot geplaatst. De betreffende tanks bevinden zich in de haven van Rotterdam. In de jaren 2013 tot en met 2016 is niet-communautaire biodiesel fysiek steeds gescheiden gehouden van communautaire biodiesel. Niet-communautaire biodiesel is uitgeslagen als communautair goed en verscheept naar afnemers in de EU, terwijl communautaire biodiesel is uitgeslagen als niet-communautair goed en is verscheept naar afnemers buiten de EU. In geschil is de uitnodiging tot betaling van € 25.806.534,84 (douanerechten € 5.117.929,50, definitieve antidumpingrechten € 8.706.201,95 en definitieve compenserende rechten € 11.982.403,39). Zowel Rechtbank Noord-Holland als Hof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk. X BV gaat in cassatie.

A-G Ettema is van mening dat de regeling voor gezamenlijke opslag niet van toepassing is. De niet-communautaire biodiesel en de communautaire biodiesel zijn namelijk door de gescheiden opslag qua douanestatus bepaalbaar gebleven. Goederen komen alleen in aanmerking voor gezamenlijke opslag als ze een bepaalbare douanestatus missen en dezelfde GN-code, handelskwaliteit en technische kenmerken delen. Het definitieve antidumpingrecht op biodiesel uit de VS is voorts ook geldig. Ook voor het overige wordt geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Communautair Douanewetboek (CDW)

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Douane, Accijns en verbruiksbelastingen

Editie: 13 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen