Het kabinet wil met het voorgestelde wetsvoorstel bereiken dat start-ups en scale-ups beter in staat zijn om talent aan te trekken en te behouden voor posities binnen het bedrijf die van belang zijn om verder te kunnen groeien en waarvoor de Nederlandse start-ups en scale-ups moeten concurreren op een internationale arbeidsmarkt. Daarnaast kan medewerkersparticipatie zorgen voor een bredere verdeling van vermogen binnen bedrijven, waardoor aandelen niet slechts in handen zijn van de oprichters en (internationale) investeerders. Bij succes slaan op die manier de opbrengsten ook neer bij de mensen die medeverantwoordelijk zijn voor dat succes. Zij kunnen vervolgens zelf weer nieuwe bedrijven oprichten of investeren in nieuwe bedrijven. Dit vliegwiel is al zichtbaar in andere start-up en scale-up ecosystemen.
Voor investeerders is de aanwezigheid van medewerkersparticipatie vaak ook een voorwaarde om te investeren, omdat het laat zien dat een bredere groep van personen betrokken is bij het bedrijf.
Met de fiscale regeling worden de directe belastinginkomsten lager op de korte termijn. Naar verwachting weegt dit op tegen de extra positieve baten zoals meer doorgegroeide scale-ups, meer gecreëerde banen en medewerkers met aandelen en mede daardoor op termijn hogere belastinginkomsten.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.83A
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10B
Invorderingswet 1990 artikel 25
Invorderingswet 1990 artikel 26
Rubriek: Loonbelasting, Fiscale wetsvoorstellen
Regelgevende instantie: Staten-Generaal
Editie: 13 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag