X krijgt in verband met veel hogere uitgaven dan mogelijk zou zijn op grond van het in zijn belastingaangifte opgegeven inkomen een voorlopige aanslag, die de inspecteur na daartegen aangetekend bezwaar handhaaft. De rechtbank in Haarlem verklaart het hiertegen ingestelde beroep gedeeltelijk gegrond. De inspecteur stelt hiertegen hoger beroep in bij Hof Amsterdam. Voor het hof is in geschil of sprake is van omkering van de bewijslast en hoe hoog het belastbaar inkomen van X moet zijn. Hof Amsterdam beslist dat omkering van de bewijslast in de bezwaarfase volgens de tekst van de AWR (art. 27e) niet mogelijk is, maar dat de tekst niet in de weg staat aan toepassing daarvan bij beroep tegen een uitspraak op bezwaar die is gericht tegen een voorlopige aanslag. In een geval waarin niet de vereiste aangifte is gedaan en de inkomstenschatting niet gebaseerd is op toekomstige feiten, maar gebaseerd is op een geconstateerd verschil van uitgaven met een opgegeven inkomen in een al ingediende aangifte, is omkering van de bewijslast mogelijk. Dat er nog geen aangifteplicht bestond voor het jaar waarop de voorlopige aanslag betrekking heeft, maakt geen verschil. X geeft geen inzicht in de wijze van financiering van zijn uitgaven en voldoet niet aan diens bewijslast. De belastingaanslag is volgens het hof niet onredelijk of onwillekeurig hoog.
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.