Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het EU-recht zich verzet tegen heffing over de pensioen- en lijfrenteaanspraken van X in verband met de zetelverplaatsing van de bv’s naar België. De rechtbank overweegt daarbij dat een belemmering van het vrije dienstenverkeer aanwezig is.

Belanghebbende, fiscalist X, houdt via zijn bv’s aandelen in een Spaanse vennootschap. De zetels van de bv’s worden per 1 augustus 2015 verplaatst naar België en X emigreert op 5 augustus 2015 naar Spanje. Voor het jaar 2015 doet X aangifte naar een negatief inkomen uit werk en woning van € 6544. De inspecteur corrigeert het inkomen op diverse punten, waarbij hij het belastbaar inkomen uit werk en woning stelt op € 1,1 mln en het belastbaar inkomen uit ab op 1,6 mln. X is het hier niet mee eens. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de correcties met betrekking tot de uitdeling en de hypotheekrenteaftrek onterecht zijn. Na heropening van het onderzoek is alleen nog in geschil of de pensioen- en lijfrenteaanspraak, door de zetelverplaatsing, in aanmerking moeten worden genomen als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het EU-recht zich verzet tegen heffing over de pensioen- en lijfrenteaanspraken van X in verband met de zetelverplaatsing van de bv’s naar België. De rechtbank overweegt daarbij dat een belemmering van het vrije dienstenverkeer aanwezig is. Zonder de zetelverplaatsing van de bv’s zouden de pensioen- en lijfrenteaanspraak van X op de bv’s namelijk niet worden aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. De enkele vestiging in een andere EU-lidstaat zorgt dat dit wel het geval is omdat de bv’s daardoor niet langer een toegelaten Nederlands eigenbeheerlichaam zijn. Verder merkt de rechtbank nog op dat de procedure gecompliceerder wordt omdat de inspecteur geen beslissing wil nemen op het – weliswaar late – verzoek van X om aanwijzing van de bv’s als toegelaten buitenlandse verzekeraar. Ook wordt meegewogen dat de inspecteur, die over de aanwijzing moet beslissen, heeft aangegeven dat hij het resultaat van de onderhavige procedure afwacht. Een en ander maakt volgens de rechtbank dat sprake is van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het grondrecht op een doeltreffende voorziening in rechte, zoals gewaarborgd door art. 47 Handvest. De rechtbank stelt X in het gelijk en vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 10.544 negatief.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 10ca

Wet op de loonbelasting 1964 19b

Wet op de loonbelasting 1964 19a

Wet inkomstenbelasting 2001 3.80

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Loonbelasting

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 18 mei

Carrousel: Carrousel

56

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen