Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat ten aanzien van de vordering op de bv sprake is van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling. Een samenstel van rechtshandelingen zoals zich heeft voorgedaan zal niet voorkomen tussen derden die geen familie zijn.

Belanghebbende, X, is een van de drie kinderen van Q. Q richt in 1996 Z op, een discretionaire trust naar het recht van Jersey. In de jaren 2004 - 2016 vinden diverse rechtshandelingen plaats. De achterliggende gedachte van Q is om het door hem opgebouwde vermogen aan de volgende generatie over te dragen zonder dat de zeggenschap bij de kinderen komt te liggen. Met betrekking tot de IB-aangifte 2015 van X stelt de inspecteur vragen over de betrokkenheid van X bij stichting 1. Deze stichting heeft tot eind 2015 een vordering op B bv, waarvan vader middellijk de aandelen houdt. Na aflossing door B bv wordt het bedrag geleend aan de ouders, waarna de vordering wordt gestort in stichting 2. De inspecteur stelt uiteindelijk dat de vordering op de bv in de jaren 2013 - 2015 kwalificeert als een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling. Hij merkt de rente over de vordering aan als ROW. In 2016 rekent hij het vermogen van stichting 2 deels toe aan het box-3-vermogen van X. X is het daar niet mee eens.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat ten aanzien van de vordering op de bv sprake is van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling wat het vermoeden van belastingarbitrage rechtvaardigt. Een samenstel van rechtshandelingen zoals zich heeft voorgedaan zal niet voorkomen tussen derden die geen familie zijn. Daarbij hecht de rechtbank belang aan de verklaring van vader over de overdracht van het door hem opgebouwde vermogen binnen de familie, zonder verlies van zeggenschap. Ook heeft de inspecteur het vermogen van stichting 2 in 2016 terecht gedeeltelijk aan het box 3-inkomen van X toegerekend. Het is aannemelijk dat de feitelijke leiding van de stichting door vader in Nederland wordt uitgeoefend en dat deze stichting dus niet op Curaçao is gevestigd. Het gelijk is aan de inspecteur.

Lees ook het thema De terbeschikkingstellingsregelingen.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.92

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 5 april

Informatiesoort: VN Vandaag

601

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen