Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de pensioenen op basis van de tijdsevenredige methode niet te hoog zijn belast. Beslissend is de verhouding van de diensttijd in Nederland ten opzichte van de totale diensttijd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

X woont sinds 2004 in België en geniet vanaf 2007 een eindloonpensioen van de Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds. Het betreft een ouderdoms- en excedentenpensioen die volgens de inspecteur deels in Nederland zijn belast. In geschil zijn de (navorderings)aanslagen IB/PVV 2010-2017 alsmede de verzuimboete van € 369 (2016). Voor 2010 en 2013 was eerder al een bezwaarprocedure doorlopen. Vanwege de afwikkeling in België berust X aanvankelijk in de desbetreffende uitspraken op bezwaar. X tekent vervolgens opnieuw bezwaar aan tegen de aanslagen. Alleen de aanslag over 2016 wordt vervolgens verlaagd. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijdingen. X stelt in hoger beroep dat de inspecteur hem beter had moeten informeren.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2023/54.1.3) oordeelt dat de pensioenen op basis van de tijdsevenredige methode (zie HR 8 juli 1996, 29655, V-N 1996/2895, 23) niet te hoog zijn belast. Beslissend is de verhouding van de diensttijd in Nederland ten opzichte van de totale diensttijd. De inspecteur is niet verplicht om vóór het opleggen van een aanslag contact op te nemen met X voor vooroverleg en X had gewoon tijdig bezwaar kunnen maken. X stelt vergeefs dat in het verdrag met Duitsland overgangstarieven voor pensioen zijn opgenomen. Het belastingverdrag met Duitsland is in dit geval niet van toepassing en in Duitsland woonachtig gepensioneerden bevinden zich in een feitelijk en rechtens andere situatie dan X. X' beroep is ook voor het overige ongegrond. X gaat in cassatie, maar betaalt het griffierecht te laat. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 9.6

Algemene wet bestuursrecht 6:7

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen 18

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht

Editie: 17 april

Informatiesoort: VN Vandaag

296

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen