Bestuursrechters bij rechtbanken hebben een belangrijke taak in zaken waarin voor burgers grote belangen op het spel staan en onevenredige negatieve gevolgen dreigen. In die gevallen moet meer gewicht worden toegekend aan de rechtsbescherming van het individu dan aan het waarborgen van de rechtseenheid en rechtszekerheid. Dat oordeelt een werkgroep die heeft onderzocht hoe rechtbanken in Nederland zijn omgegaan met de kinderopvangtoeslagzaken en welke lessen hieruit voor de toekomst kunnen worden getrokken.

De werkgroep vroeg rechters en juridisch medewerkers naar hun ervaringen en hun visie op de toekomst. Ook werd gesproken met betrokken ouders, advocaten en medewerkers van de Belastingdienst. Daarnaast zijn rechterlijke uitspraken uit de periode van 2010 tot en met 2019 geanalyseerd.

De meerderheid van de bestuursrechters volgde de strenge uitleg van de wettelijke regels door de Raad van State. Een kleine minderheid is wel van de strikte rechtspraak afgeweken. In hoger beroep werden deze uitspraken echter vernietigd. Het sterk gebonden achten aan de strikte uitleg heeft twee redenen. Zo wilden bestuursrechters wilden geen valse hoop bieden met een gegrond beroep. Ook werd belang gehecht aan rechtseenheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. Deze benadering heeft echter rechtsbescherming en maatwerk in individuele zaken bemoeilijkt. Daarnaast is de rechtsvorming mogelijk afgeremd.

Het is nodig dat de bestuursrechter de relevante feiten en concrete gevolgen van een besluit voor de betrokken burger actief onderzoekt en beoordeelt of deze gevolgen evenredig zijn in het licht van het doel van de wettelijke regel.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet

Editie: 11 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

  365
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen