Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de rente over de bijgeschreven renten op de restschuld niet aftrekbaar is, omdat deze renten niet tot restschuld ter zake van de voormalige eigen woning kunnen behoren.

X heeft een restschuld na verkoop van zijn voormalige eigen woning in 2014. De renten die verschuldigd zijn ter zake van deze restschuld worden jaarlijks nagenoeg volledig bijgeschreven op de hoofdsom. In zijn herziene aangifte IB/PVV 2018 neemt X een bedrag van € 22.297 als aftrekbare eigenwoningrente in aanmerking. De inspecteur merkt deze herziene aangifte aan als een verzoek om ambtshalve vermindering en wijst dit verzoek af. X beroept zich op het vertrouwensbeginsel, omdat de inspecteur de aangiften voor eerdere jaren heeft gevolgd waarin eveneens rentebedragen in aftrek zijn gebracht.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de rente over de bijgeschreven renten op de restschuld niet aftrekbaar is. Alleen de schuld direct voorafgaand aan de vervreemding van de eigen woning kan als restschuld kwalificeren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat belanghebbende niet heeft gesteld of aannemelijk gemaakt dat de kwestie van de renteaftrek ter zake van de restschuld in eerdere jaren uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de inspecteur is voorgelegd. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Lees ook het thema Eigenwoningregeling.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.119a

Wet inkomstenbelasting 2001 3.120a

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 11 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

437

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen