Rechtbank Den Haag oordeelt dat er een nieuw feit is omdat de uitkomsten van het strafrechtelijke onderzoek pas veel later zijn vrijgegeven voor fiscale doeleinden. De inspecteur hoefde ook niet eerder te twijfelen of de schenkingen aan de universiteit daadwerkelijk waren gedaan.

De heer X doet in 2012 en 2013 schenkingen aan een universiteit die de status van algemeen nut beogende instelling (ANBI) heeft. Naar aanleiding van de aangiften overlegt X kwitanties van de schenkingen en wordt over beide jaren giftenaftrek verleend. In 2015 blijkt na een strafrechtelijk onderzoek dat de penningmeester van de universiteit op grote schaal valse kwitanties verkocht voor 10% tot 12% van de waarde van de zogenaamde schenkingen. In geschil zijn de IB-navorderingsaanslagen, alsmede de vergrijpboetes.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat er een nieuw feit is omdat de uitkomsten van het strafrechtelijke onderzoek pas in 2017 zijn vrijgegeven voor fiscale doeleinden. Op grond van de door X overgelegde kwitanties hoefde de inspecteur er ook niet eerder aan te twijfelen of de schenkingen daadwerkelijk waren gedaan. De giftenaftrek is voor beide jaren terecht gecorrigeerd. De inspecteur slaagt echter niet in het bewijs dat het aan opzet of grove schuld van X is te wijten dat te weinig belasting is geheven. X stelt met succes dat de penningmeester de schenkingen mogelijk in eigen zak heeft gestoken. Het beroep van X is in zoverre gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67e

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Wet inkomstenbelasting 2001 6.32

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Bronbelasting

Editie: 25 november

Informatiesoort: VN Vandaag

  567
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen