Hof Amsterdam oordeelt dat er voor X geen sprake is van een buitensporige last. X zou de verhuurderheffing namelijk kunnen opvangen door over te gaan tot vervreemding van onroerende zaken. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Stichting X verschaft woon- en/of werkruimte aan kunstenaars. Zij koopt daartoe panden aan die waardevol zijn voor het stadsbeeld. Tevens stelt X zich ten doel om stadsschoon te redden. Tot de woningvoorraad van X behoren daardoor veel monumentale panden, in de binnenstad van A, met een hoge WOZ-waarde. X stelt dat er sprake is van een buitensporige last.

Hof Amsterdam (V-N 2018/34.1.6) oordeelt dat er voor X geen sprake is van een buitensporige last. Het hof merkt daarbij op dat X de verhuurderheffing wellicht gedeeltelijk zou kunnen opvangen door (in beperkte mate) tot vervreemding van onroerende zaken over te gaan. Gezien het verschil tussen de boekwaarde en de WOZ-waarde van het pandenbezit is er vermoedelijk een omvangrijke reserve aanwezig. Verder merkt het hof, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis, nog op dat van de aan de verhuurderheffing onderworpen belastingplichtige enig aanpassingsvermogen mag worden verwacht om die heffing op te vangen. Het gelijk is aan de inspecteur.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet maatregelen woningmarkt 2014 II 1.4

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Verhuurderheffing

Instantie: Hoge Raad

Editie: 14 mei

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen