Rechtbank Amsterdam oordeelt dat er sprake is van medeplegen van belastingfraude waardoor er € 252.438 te weinig belasting is geheven. De bewezenverklaring volgt uit de bekentenis van X.

X, beëdigd advocaat, is sinds 1997 enig aandeelhouder en zelfstandig bevoegd directeur van een holding. De holding vormt tezamen met een ander – financieel, organisatorisch en economisch verweven - onderneming een fiscale eenheid voor de VPB en BTW. De samenwerkende accountant heeft een convenant “horizontale toezicht” met de fiscus gesloten. Dit berust op de aanname dat de belastingaangiften deskundig en correct zijn opgesteld. De fiscus volstaat dan met een steekproefsgewijze controle. Uit een landelijk steekproef in 2018 blijkt dat op de inkoopfacturen van de holding veelvuldig de omschrijving “juridisch uitzoekwerk” wordt vermeld. Ook wordt er BTW in rekening gebracht zonder vermelding van het BTW- en KvK-nummer van de presterende onderneming. Een strafrechtelijk FIOD-onderzoek volgt. Tijdens dit onderzoek bekent X dat hij in de jaren 2013 tot en met 2018 in totaal 648 facturen heeft vervalst en onjuiste fiscale aangiften heeft gedaan. De aangiften BTW voor de fiscale eenheid diende hij zelf in, de VPB aangiften liet hij aan zijn accountant over. De officier van justitie legt de holding als deelneemster van de fiscale eenheid het opzettelijk indienen van onjuiste/onvolledige aangiften BTW over de periode 2013-2018 ten laste. Daarnaast wordt de holding als moeder van de fiscale eenheid het opzettelijk laten indienen van onjuiste/onvolledige aangiften VPB over de periode 2015-2017 ten laste gelegd. Hierdoor is er zowel voor de BTW als voor de VPB te weinig belasting geheven. Deze feiten worden ook aan X, zijnde de feitelijk leidinggevende, ten laste gelegd.

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat er sprake is van medeplegen van belastingfraude waardoor er € 252.438 te weinig belasting is geheven. De bewezenverklaring volgt uit de bekentenis van X. De belastingdienst en de maatschappij zijn hierdoor ernstig benadeeld. Er is misbruik gemaakt van het vertrouwen waarop het systeem van belastingheffing is gebaseerd. De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie en legt een geldboete op van € 25.000 zijnde 10% van het benadelingsbedrag.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wetboek van Strafrecht 51

Wetboek van Strafrecht 47

Algemene wet inzake rijksbelastingen 69

Rubriek: Omzetbelasting, Vennootschapsbelasting, Strafrecht

Instantie: Rechtbank Amsterdam

Editie: 28 december

Informatiesoort: VN Vandaag

Carrousel: Carrousel

  1158
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen