X, een vennootschap onder firma, is het niet eens met een naheffingsaanslag omzetbelasting met vergrijpboete en beschikking heffingsrente die de inspecteur aan haar heeft opgelegd. Rechtbank Arnhem verklaart het beroep van X gegrond en vernietigt de naheffingsaanslag, de vergrijpboete en de beschikking heffingsrente. De inspecteur besluit tot ambtshalve vernietiging van de beschikkingen. X stelt hoger beroep in tegen de beslissing van de rechtbank, inhoudende een verzoek om een hogere proceskostenvergoeding. Zij verzoekt de voorzieningenraadsheer van het hof een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende een schorsing van de naheffingsaanslag. De voorzieningenrechter van Hof Arnhem wijst het verzoek van X om een voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Voor een spoedeisend belang moet er sprake zijn van nadelige nevengevolgen waardoor X bij het uitblijven van een voorlopige voorziening ernstig en onherstelbaar nadeel zal leiden. In dit geval zijn de naheffingsaanslag, de boete en de beschikking heffingsrente vernietigd waardoor van nadelige nevengevolgen die onomkeerbaar zijn geen sprake kan zijn. Aan een (marginale) toetsing van de rechtmatigheid van de aanslagen komt het hof daarom niet toe. Het hof wijst het verzoek van X af.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.