De Staat moet beter uitleggen waarom de politie kentekens van passerende auto's vier weken mag bewaren. Dat bepaalt Hof Den Haag in een tussenuitspraak in een zaak van stichting Privacy First.
 

 

De politie gebruikt op minstens 1176 plekken camera's om kentekens van passerende auto's vast te leggen. Deze zogenoemde ANPR-camera's (Automatic Number Plate Recognition) registreren ook de locatie en het tijdstip. De gegevens worden vier weken bewaard en kunnen onder voorwaarden worden geraadpleegd voor opsporingsonderzoek.

Privacy First vindt dat de overheid met ANPR-camera's te veel kentekens verzamelt en bewaart. Volgens de organisatie is dat niet nodig, staat het niet in verhouding tot het doel en levert het systeem te weinig op. Ook ontbreekt volgens Privacy First voldoende toezicht en kan het systeem makkelijk worden misbruikt.

Volgens het hof heeft de Staat onvoldoende uitgelegd waarom het bewaren van de gegevens nodig is. De Staat moet onder meer aangeven hoe vaak de gegevens belangrijk zijn geweest voor een opsporingsonderzoek en waarom vier weken bewaren nodig is.

Het hof komt nu al tot een oordeel over twee punten. Bij het gebruik van opgeslagen kentekengegevens moet vooraf een rechter toetsen of dat mag. Ook moet er onafhankelijk toezicht zijn op de keuze om op een bepaalde plek een camera te plaatsen. Volgens het hof biedt de huidige regeling op deze twee punten onvoldoende bescherming van de privacy.

Het hof doet op 13 oktober een definitieve uitspraak over de rechtmatigheid van de kentekenherkenning. De tussenuitspraak heeft nummer ECLI:NL:GHDHA:2026:2898.

Bron: Hof Den Haag

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

2

Gerelateerde artikelen