Het kabinet houdt vast aan de implementatie van de Richtlijn BTW in het digitale tijdperk (ViDA). Met de voorgestelde wijzigingen moeten ondernemers in minder EU-lidstaten afzonderlijk BTW registreren, terwijl administratieve lasten naar verwachting met circa € 81 mln. per jaar dalen voor Nederlandse bedrijven. Dat schrijft Staatssecretaris Eerenberg van Financiën in de nota naar aanleiding van het verslag Wet implementatie Richtlijn BTW in het digitale tijdperk – enkele BTW-registratie.
Het Gerecht oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat de vrijstelling van accijnzen alleen maar wordt geweigerd omdat de vereiste documentatie voor de overbrenging van accijnsgoederen ontbreekt of laattijdig is opgesteld of doorgezonden.
De Amerikaanse president Donald Trump dreigt Europese landen invoerheffingen van 100 procent op te leggen als die een belasting op digitale diensten van Amerikaanse techbedrijven invoeren. Dat schreef Trump op zijn socialemediaplatform Truth Social.
Hof Den Haag oordeelt dat de door X BV verrichte dienst, het aanbieden van testkits waarmee consumenten zichzelf kunnen testen op soa’s en hpv, kwalificeert als gezondheidskundige verzorging en daardoor is vrijgesteld van BTW.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat voor alle kwartalen niet de vereiste BTW-aangiften zijn gedaan. De gedetailleerde administratie van een handelaar met wie X VOF veel zaken doet, stemt namelijk niet overeen met X’ administratie. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X en de verhuurder ten onrechte BTW-belaste verhuur zijn overeengekomen, omdat een deel van het gehuurde BTW-vrijgesteld is onderverhuurd. X heeft daardoor geen recht op aftrek van de bij haar in rekening gebrachte huurpenningen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de deelnemers in de pensioenregeling een beleggingsrisico lopen dat vergelijkbaar is met dat van de deelnemers in een beleggingsfonds of -instelling.
Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat X geen recht heeft op BTW-aftrek voor de aankoop van een Porsche. X is geen BTW-ondernemer en ook een samenwerkingsverband met zijn echtgenote is niet aannemelijk. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat X BTW moet voldoen over de levering van 56 auto’s in 2015 en 2016 als de verhuuractiviteiten al zijn gestaakt. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.