Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zij voor een deel van de facturen kwalificeert als afnemer van de gefactureerde diensten. Voor een ander deel van de facturen maakt X niet aannemelijk dat B prestaties aan X heeft verricht.
De Hoge Raad is niet verplicht een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie wanneer een beroep op het Unierecht niet noodzakelijk is voor de oplossing van een aanhangig geschil, bij een acte éclairé of een acte clair.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X BV niet aannemelijk maakt dat goederen aan haar zijn geleverd. Er is geen enkel bewijs dat de facturen juist zijn en daadwerkelijke transacties betreffen.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de overdracht van voertuigen door X BV geen overgang van een algemeenheid van goederen vormt. De transactie kwalificeert daarom als een met omzetbelasting belaste levering.
Advocaat-generaal Ettema adviseert de Hoge Raad om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie EU. De A-G overweegt daarbij dat niet buiten redelijke twijfel is of het element ‘voorafgaande betaling van een premie’ aanwezig kan zijn in een situatie als bij X.
Het Gerecht oordeelt dat Oostenrijk niet in strijd handelt met het EU-recht door terugwerkende kracht te verlenen aan een rechterlijke beslissing over een BTI. De correctie werkt terug tot de datum waarop de douane de beschikking heeft gegeven.
Advocaat-generaal Ettema adviseert de Hoge Raad om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie. De A-G overweegt daarbij dat niet buiten redelijke twijfel is of het element ‘voorafgaande betaling van een premie’ aanwezig kan zijn in een situatie als bij X.
A-G Martín y Pérez de Nanclares concludeert dat bij de schenking van haar onderneming door D.B. aan haar twee dochters geen sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen. De advocaat-generaal overweegt daarbij dat de dochters niet-belastingplichtige natuurlijke personen zijn.
Het Hof van Justitie oordeelt dat een aanpassing van de verrekenprijs van motorvoertuigen binnen concernverband geen tegenprestatie vormt voor een ‘levering van diensten onder bezwarende titel’. Daarbij geldt onder andere dat deze aanpassing naar behoren is vastgelegd in een overeenkomst en blijkt uit nota’s.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Portugese vereenvoudigde rechtvaardigingsregeling in strijd is met het EU-recht. De accijnsvrijstelling geldt namelijk alleen maar wanneer de fiscale merktekens worden vernietigd in een entrepot op Portugees grondgebied en niet in een andere lidstaat.