De eerste contouren voor een mogelijke suikerbelasting op alle voorverpakte eetwaren zijn eerder deze maand gepresenteerd.
In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het RIVM gekeken naar een tweetal varianten van deze suikerbelasting. Daarbij hebben de onderzoekers gekeken “welk deel van de inname van suikers in Nederland zou worden belast” bij de invoering van deze mogelijke varianten én of dit tot een verschillende behandeling leidt tussen verschillende leeftijds- en sociaal-economische groepen. Het onderzoek toont dat deze belasting enerzijds een bijdrage kan leveren aan gezonder gedrag, maar tegelijkertijd zal leiden tot duurdere boodschappen – wat politiek een pijnpunt blijft.
Sinds de verhoging van de verbruiksbelasting over niet-alcoholische dranken in januari 2024 staat het belasten van suiker in producten op de politieke agenda. De forse verhoging leidde tot de vraag of alle niet-alcoholische dranken gelijkwaardig belast zouden moeten worden, of dat er in de tarieven gedifferentieerd zou moeten worden op basis van de hoeveelheid suiker. Dit zou het beste aansluiten op de ambities ten aanzien van gezondheid. Het gevolg was een stevige lobby vanuit verschillende producenten – bijvoorbeeld van water, fruitsappen en frisdranken met een lager suikerpercentage – om uitgezonderd te worden. Het vorige kabinet heeft de mogelijkheden voor een differentiatie uitgewerkt.
Verbruiksbelasting dranken
Op basis van het voorbereidende werk van de vorige kabinetten heeft het kabinet-Jetten gekozen om de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken om te zetten naar een suikerbelasting op alcoholvrije dranken. Daarbij wil het een variant invoeren die zowel vanuit gezondheidsperspectief als het voorkomen van omzeiling het beste is. Het kabinet is voornemens om “het huidige tarief budgetneutraal te differentiëren naar een tarief op basis van het suikergehalte van de drank”. De gedachte is dat “alcoholvrije dranken met weinig suiker minder belast worden dan nu het geval is, en alcoholvrije dranken met veel suiker meer belast worden dan nu het geval is”.
Het kabinet benadrukte afgelopen juni aan de Tweede Kamer dat de keuze voor budgetneutraliteit eraan bijdraagt dat consumenten gestimuleerd worden om minder suiker te consumeren terwijl de producenten een incentive krijgen om steeds minder suiker in hun dranken te verwerken. Daarbij wordt een ander gevolg van de budgetneutraliteit niet vermeld: aangezien de belasting evenveel moet blijven opbrengen, zullen de laatste producten die suiker bevatten deze volledige opbrengst moeten realiseren. In dit licht is het niet vreemd dat alle producenten stevig lobbyen om hiervan uitgezonderd te worden. Het is de bedoeling dat er in 2027 een voorstel in de Tweede Kamer ligt.
Suikerbelasting eetwaren
De plannen van het kabinet om “per 2030 een suikerbelasting op eetwaren te introduceren met een structurele opbrengst van € 900 mln. per jaar” wordt daarbij meegenomen. Dit leidt tot een vergelijkbare zorg bij producenten van voorverpakte eetwaren. In het coalitieakkoord staat dat de ‘suikertaks’ geldt voor alle voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte vanaf 6%. Het RIVM heeft zowel naar deze grondslag (“suiker-6-variant”) gekeken, waarbij ongeveer 42% van de suikers die mensen binnenkrijgen zullen worden belast, als naar een hogere drempel (vanaf een suikergehalte van 20%) waarbij ongeveer 33% van de toegevoegde suikers wordt belast. Koek, gebak, zoet broodbeleg, ijs, snoep en chocolade zullen vooral duurder worden.
Het is vanuit gezondheidsperspectief een open deur om ongezond drinken en eten zwaarder te belasten. Maar de maatschappelijke én daarmee politieke weerstand toont zich al. Een rapport van PWC – in opdracht van de voedingsmiddelensector (FNLI) – concludeert dat de onderzochte varianten niet zowel gezondheidswinst, een opbrengst van € 900 miljoen per jaar, uitvoerbaarheid als juridische houdbaarheid kunnen combineren. Met name ‘rechtse’ oppositiepartijen zullen bij de behandeling van deze voorstellen wijzen op de stijgende kosten van boodschappen en de ‘betutteling’ door de overheid. Ondertussen proberen de producenten in ieder geval de grondslag zoveel mogelijk te beperken.
Informatiesoort: Parlementair
Rubriek: Accijns en verbruiksbelastingen