Ook een zwoele zomerdag nodigt uit tot mijmeringen, zo bleek tijdens de uitdunning van mijn bibliotheek volgens de 'döstädning'-methode. Hoewel deze Zweedse opruimfilosofie wordt vertaald als 'death cleaning', school de dood hooguit in de bomen die waren getransformeerd tot de papierbergen in mijn boekenkast.

Deze papierstapel huisvestte een brief uit 2006, waarin de ‘Beleggers voor Belasting’ het parlement verzochten hun beleggingsopbrengsten in box 3 (veel) hoger te belasten. Een uniek geluid: het pleidooi van vermogenden om zwaarder belast te worden is in Nederland nagenoeg onhoorbaar. Dit vormt een schril contrast met Amerikaanse en Britse miljonairs, die met grote regelmaat aanvullende heffingen op hun eigen vermogen bepleiten. In die internationale bewegingen schitteren Nederlandse miljonairs veelal door afwezigheid, hoewel hun vermogen fiscaal relatief gunstig wordt behandeld.

Rondom vermogensheffingen blijkt de Nederlandse lobbycultuur echter opmerkelijk krachtig. Ook het rapport ‘De hoogste bomen vangen minder wind’ ontketende een zwaar tegenoffensief. De discussie verschoof razendsnel van de inhoud naar methodologische kritiek op het onderzoek zelf. Eenzelfde patroon dook op bij het onderzoek naar maatschappelijke opvattingen over de erfbelasting, waarbij columnisten zich stortten op vraagstelling en representativiteit. Door deze vaderlandse gerichtheid op de vorm blijft de fundamentele vraag naar het ‘waarom’ van vermogensheffingen in de lucht hangen.

In de Tax me more-campagnes draait het evenwel om sociale cohesie en democratische stabiliteit. Dit fundamenteel andere narratief wortelt in de Britse traditie van noblesse oblige: wie veel bezit, draagt een publieke verantwoordelijkheid. Deze vermogensbezitters tonen fiscale solidariteit, omdat zij erkennen dat de samenleving hen in staat heeft gesteld dit vermogen te vergaren. Die interne legitimiteit raakt de kern van samen-leven. Patriotic Millionaires stellen zichzelf daarom de vraag welke belastingdruk nodig is om het maatschappelijk verdrag geloofwaardig te houden. Hogere belastingen dempen niet alleen hun angst voor ‘hooivorkenopstanden’, ze waarborgen de stabiliteit van de rechtsstaat waarin hun vermogen is gestald. Daarmee dienen ze ook het belang van de vermogende elite.

Nederlandse miljonairs presenteren zich veeleer als selfmade, hardwerkende ondernemers. Kritiek op hun rijkdom wordt weggezet als een uiting van jaloezie, gevoed door de diepgewortelde intuïtie dat miljonairs hun fortuin louter door vlijt en ondernemerschap zouden hebben verdiend. Deze verdienstenillusie maakt vermogensongelijkheid moreel acceptabeler. Maar het frame van de ‘zelfverdiensten’ elimineert niet alleen de toevalsfactor, ook de schatplichtigheid van de vermogensbezitter wordt miskend. Rijkdom is immers nooit de verdienste van één individu: iedere miljonair (m/v) leunt zwaar op de infrastructuur, de collectieve kennis en de instituties van zijn samenleving. Toch verzanden Nederlandse discussies over vermogensheffingen opvallend snel in oneliners als ‘afgunstbelasting’. Die kwalificatie is een krachtig retorisch wapen om herverdelingsvoorstellen te delegitimeren. Jaloezie is immers de lelijkste van alle hoofdzonden. Dat verwijt verschuift de aandacht van normatieve vragen over vermogensongelijkheid naar vermoede intenties.

Zoals mijn bibliotheek lucht kreeg door afscheid te nemen van boeken die hun zeggingskracht hadden verloren, zo is ook het debat over vermogensheffingen gebaat bij döstädning. Niet van mensen of meningen, maar van sleetse narratieven die het zicht op de werkelijkheid belemmeren. Frame-städning dus: niet elk frame verdient het om behouden te blijven.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Inkomstenbelasting

28

Gerelateerde artikelen