Als u dit leest, is Prinsjesdag 2018 geweest. Op het moment van schrijven van deze column is nog niet bekend welke maatregelen het Belastingpakket 2019 precies zal bevatten.

Al enige jaren is het niet meer zo – dat misverstand bestaat nog wel bij menigeen – dat de journalistiek, waaronder de fiscale vakpers, de Prinsjesdagstukken, onder embargo, vooraf krijgt te zien. Ook wij van Vakstudie Nieuws kunnen dus niet eerder aan de slag met de Prinsjesdagstukken dan vanaf de 3e dinsdag in september om 15:15 uur, wanneer de koning zijn troonrede heeft uitgesproken en de stukken worden gepubliceerd op de internetsite van het Ministerie van Financiën.

Toch kon vóór deze Prinsjesdag wel redelijk goed worden voorspeld wat het Belastingpakket 2019 zou bevatten. Het huidige kabinet is vorig jaar aangetreden en heeft toen een uitgebreid Regeerakkoord, getiteld Vertrouwen in de toekomst, gepubliceerd. Daarin staan reeds alle fiscale maatregelen voor de komende jaren die het kabinet voor ons in petto heeft. Dat het Belastingpakket 2019 daarom veel zou zijn, was wel te verwachten, met vooral ook veel maatregelen die pas in 2020 of 2021 zullen ingaan. Dit laatste is trouwens heel slim, want het kabinet heeft nu nog een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer, zij het een krappe van, in beide Kamers, één zetel. Na de provinciale statenverkiezingen van volgend voorjaar zal het kabinet die meerderheid in de Eerste Kamer vermoedelijk kwijt zijn.

Een van de maatregelen die zeker in het Belastingpakket 2019 zal staan, betreft de afschaffing van de dividendbelasting. Er gaat bijna geen dag voorbij of de dagbladpers bericht erover. Een maatregel die de Tweede Kamer zwaar op de maag ligt, ook binnen de regeringscoalitie. En dat is ook logisch. Want wie wil er nu (bijna) € 2 miljard uitdelen aan buitenlandse overheden en aandeelhouders? Niemand toch? Maar dat is wel wat er gaat gebeuren. Minister-president Rutte verdedigt deze maatregel wel met het argument dat het goed is voor het Nederlandse vestigingsklimaat, maar steeds duidelijker wordt dat niemand op deze maatregel zit te wachten, ook buitenlandse aandeelhouders niet.

Met betrekking tot die dividendbelasting ontstond er trouwens opeens een extra dekkingsprobleem. Dat is opgelost door het algemene VPB-tarief 1 procentpunt minder te laten dalen dan het kabinet van plan was, dus naar 22% in plaats van 21%. Op Prinsjesdag zal zijn gebleken of iemand in het kabinet heeft door gehad dat dit betekent dat ook het ab-tarief minder hoeft te stijgen. Om hetzelfde cumulatieve VPB- en ab-tarief van 43,5% te bereiken, volstaat namelijk een ab-tarief van 27,6%. Scheelt toch bijna één procentpunt ten opzichte van de geplande tariefstijging naar (uiteindelijk) 28,5%.

Een andere maatregel die ook in het Belastingpakket 2019 zal staan, betreft de versobering van de 30%-regeling in de loonbelasting. Deze maatregel verslechtert juist het Nederlandse vestigingsklimaat weer. Weinig consistent wat mij betreft. Men kan natuurlijk van alles vinden van de verkorting van de duur van de 30%-regeling van de huidige acht naar vijf jaren maar wat natuurlijk echt steekt, is het gebrek aan overgangsmaatregel. Iedere 30-procenter die op 1 januari 2019 in zijn zesde of latere jaar zit, is vanaf 2019 gelijk de klos. En de accommodatietijd is bijzonder kort, want een goede drie maanden. Probeer in die korte tijd in de huidige overspannen huizenmarkt maar eens een goedkopere woning te vinden!

Informatiesoort: Uitvergroot

Dossiers: Prinsjesdag 2018

Rubriek: Belastingrecht algemeen

  1432
Gerelateerde artikelen