“Want niet al die voorafgaande exploten (je verdiende er wat mee, dat was alles), maar de executie was zijn lust en zijn leven, het beslag leggen, de publieke verkoop, de ontruiming, het opensteken van sloten, het vermeesteren van inhuizige versperringen, het bij hun kraag vatten van schuldenaars om ze op te brengen naar het huis van bewaring ter gijzeling, dat alles in naam der Wet, in naam des Konings, in naam van de hoogste God, het Geld.”
Deze woorden over deurwaarder Dreverhaven uit het boek Karakter van Bordewijk kwamen laatst bij mij op tijdens een themadag over Sociaal Incasseren. Een bijeenkomst waar vertegenwoordigers van diverse instanties die zich bezighouden met de incasso van vorderingen – zowel privaat als publiek – bij elkaar waren.
Tijdens deze bijeenkomst kwam naar voren dat de tijd van Dreverhaven (of in fiscalibus: met gezwinde spoed van aanslagbiljet naar bankbiljet) voorbij is. Waar zo’n 20 jaar geleden bij gerechtsdeurwaarders nog flink veel ontruimingen plaatsvonden en op fiscaal wetgevingsgebied nog straffe maatregelen werden genomen – zoals in de Wet versterking fiscale rechtshandhaving – is dat heden ten dage anders. Het gaat niet meer om het dossier of de kale constatering dat er een vordering openstaat die ‘gewoon’ voldaan moet worden, maar ook om de mens achter de schuldenaar.
Bij sociaal incasseren denk ik als eerste aan het verbeteren van de dienstverlening richting de burger die in de schulden zit. Dat je heel makkelijk en zonder al te veel rompslomp (digitaal) een betalingsregeling kan krijgen. Of dat na het aflopen van de betalingstermijn niet meteen kosten in rekening worden gebracht, maar dat eerst een kosteloze betalingsherinnering wordt verzonden. Dat de burger ook ergens terecht kan bij een mens van vlees en bloed om zijn problemen te bespreken en dat hij doorverwezen wordt naar gemeentelijke schuldhulpverlening, dan wel naar een instantie zoals Geldfit of Stella (een team van de Belastingdienst dat hulp biedt aan burgers die flink in de penarie zitten met belastingen of toeslagen).
Maar bij sociaal incasseren hoort ook dat gekeken wordt of in het beleid of regelgeving verzachtende maatregelen worden genomen. Zo zijn er op fiscaal terrein de maatregelen uit de invorderingsstrategieën van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen, het aparte plekje dat art. 4:84 Awb heeft gekregen in de Leidraad Invordering 2008 en de hardheidsclausule ex art. 70 IW 1990.
In dit kader, maar buiten de fiscaliteit, vind ik het een goede zaak dat een uitvoeringsinstantie zoals het CJIB aandacht vraagt voor de hardheden in wetgeving waar zij tegenaan loopt. Conform de Trias stelt het CJIB deze kwestie aan de orde en is het aan de wetgever om de handschoen op te pakken. Zie ook de Aanbiedingsbrief van de Minister van 2022/08179 van 16 maart 2026, 2026-0000072648, van de Eindrapportage Onderzoek naar de Validiteit, Proportionaliteit, Doelmatigheid en Doeltreffendheid van Ophogingen.
Maar sociaal incasseren houdt ook in dat voorkomen wordt dat het beeld ontstaat dat niet-betalen wordt beloond. Zij die kunnen betalen, maar niet betalen, moeten aan hun verplichtingen voldoen. Dat is sociaal ten opzichte van burgers die wél betalen.
Informatiesoort: Uitvergroot
Rubriek: Invordering